Waarom kinderen ‘knoeien’ in hun schriftjes (en waarom dat zinvol is)

Creatief kind met verf op shirt en handen knoeien als betekenisvolle expressie

Op de foto zie je een kind dat volledig is opgegaan in verf en kleur. Armen vol vegen, een shirt dat het verhaal van het schilderen vertelt, sporen tot in de hals. Zo uitbundig was het knoeien van Pieter trouwens niet. Laat ik dat er meteen bij zeggen.Bij hem ging het om inktvlekken op zijn vingers. Een veeg op zijn mouw. Een hand die iets te enthousiast over het papier was gegaan. Genoeg om een moeder bezorgd te maken. Of ik Pieter niet beter in de gaten kon houden onder schooltijd. Sinds de klas een vulpen had, zaten zijn handen, armen en soms zelfs zijn gezicht onder de inkt.”

Ik hoor het zijn moeder nog zeggen. Ik zag het meteen voor me: thuis aan de keukentafel, een moeder met een washandje in de hand, boenend op een klein armpje tot de huid rood kleurt. Arme Pieter… en arme moeder.

Ik begreep haar zorg maar al te goed. Tegelijk wist ik ook: in een klas met dertig kinderen kun je niet alles direct oplossen. Maar indirect, door goed te kijken, kun je vaak verrassend veel betekenen.

Want Pieter knoeide niet alleen op zijn huid. Zijn reken- en taalschriften waren vaak minstens zo bont. Inktvlekken, lijntjes in de marge, vormen die zich bleven herhalen. Voor veel volwassenen reden tot zuchten: doe eens netjes.
Maar mijn ervaring met kinder­tekeningen had me geleerd dat zulke sporen zelden zomaar ontstaan. Ik ging dus kijken. Niet vluchtig. Maar aandachtig.

Wat mij opviel: Pieter kraste niet. Hij tekende geen boze strepen. Het waren dwarrelende cirkels. Open en gesloten vormen. Groot, klein, steeds weer opnieuw. Eigenlijk precies zoals wij dat zelf doen tijdens een lange vergadering of een telefoongesprek. Zonder dat we het merken. Droedelen, noemen we dat. Het helpt ons om scherp te blijven, om prikkels te filteren, om in focus te blijven.

En ineens viel het kwartje. Dit was waarschijnlijk precies wat Pieter deed. Zijn hand hielp hem om overeind te blijven in een klas vol geluiden, beweging, opdrachten en verwachtingen. Wat een intelligente oplossing van zijn systeem. Alleen… mamma en ik zagen dat eerst nog niet zo.

Veel kinderen doen dit. Ze tekenen terwijl ze luisteren. Ze vullen hoekjes. Ze maken patronen, spiralen, figuurtjes. Soms klein en voorzichtig in de marge, soms stevig en over het hele blad. Niet omdat ze ongeïnteresseerd zijn, maar juist omdat hun lijf bezig is zichzelf te reguleren. Spanning kwijt te raken. Te verwerken wat binnenkomt. Rust te creëren waar het even te veel wordt.

Het schrift vangt op wat het hoofd niet alleen kan dragen.

Toch krijgen kinderen in zulke momenten vaak te horen dat ze moeten stoppen.

Niet in je schriftje krabbelen.
Hou het netjes.
Let op.

En natuurlijk: structuur is belangrijk. Overzicht ook.
Maar wat gebeurt er als we niet meteen corrigeren maar eerst nieuwsgierig worden? Wat probeert dit kind hier eigenlijk voor zichzelf te doen?

Bij Pieter besloot ik niet het knoeien te bestrijden, maar hem een andere uitlaatklep te geven. Naast zijn werkschrift lag ‘krabbelpapier’ waar hij zoveel op kon krabbelen als hij wilde.

Na een paar weken kwam zijn moeder naar me toe. “Wat fijn dat je Pieter zo goed in de gaten houdt,” zei ze.
“Hij zit nu echt minder onder de inkt.” Ik glimlachte breed. Zo fijn voor iedereen… wanneer je de tekens begrijpt. Daar zit voor mij de kern.

Niet in het stoppen van gedrag, maar in het leren lezen ervan. Wanneer je leert kijken naar de sporen die kinderen achterlaten op papier, zie je waar spanning zit. Waar rust gezocht wordt. Waar creativiteit geen ruimte krijgt. Waar een lijf probeert zichzelf te helpen.Dan kijk je niet meer alleen naar een rommelig schrift. Dan zie je een kind dat zijn best doet.

In mijn werk met kinder­tekeningen leer ik ouders, leerkrachten en professionals precies dat: met andere ogen kijken. Ontwikkelingsfasen herkennen. Signaleren zonder te plakken. En met kleine creatieve interventies grote verschillen maken.

Want uiteindelijk…

de sleutel tot een kind schuilt in zijn tekening.

Lieve groet,
Linda Walinga
De Koppoter – Instituut voor Kindertekentaal

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *